Tropische dag vandaag. En ik wil nog een verhaal inzenden.
Deadline. Eerst maar de koelte van het ochtendgloren binnenlaten om de hitte
straks buiten te sluiten. Terwijl ik daarmee bezig ben, is mannetje al
opgestaan. Veel te vroeg voor zijn doen. Hij doet lekker zijn ding, maar ik sta
om zes uur al in de achtertuin om de warme – zeer warme – dag voor te zijn.
Planten voeden, uitgebloeide bloemetjes afknippen, liefst het hele steeltje. Ik
zie liever geen steeltjes als tandenstokers uit de bloempot steken. Blaadjes
uit de vijver scheppen, pompje op het droge, pompje schoonspuiten, pompje het
water weer in en bijvullen. Stroom erop. Hoera, die spuit weer lekker.
De achtertuin verder sproeien; ik mag het nog wel, de boeren
niet meer. Droogte in het hele land. Een subtropisch klimaat in Nederland, met
een paar herfst- en wintermaanden waarin we ons herinneren wat hier ooit
normaal was. Vliegtuigen brommen in de lucht. Daar gaan de vakantiegangers die
aan de Middellandse Zee denken te vinden wat we hier allang hebben. Straks,
daar: drukke stranden, een duik in een warme – veel te warme – zee. Geen
verkoeling.
Tussendoor controleer ik de voortuin. Wat valt daar nog te
doen wat niet tot morgen kan wachten? Eiwitten eten, schiet me te binnen, want
ik moet mijn antibioticacapsule slikken. Lastig, twee stuks op een dag, het
liefst precies om de twaalf uur. Om zeven uur slik ik de pil. Eindelijk weer
verder met de voortuin.
Mannetje staat parmantig in de keuken zijn tweede koffie te
zetten. Hij kijkt niet op of om. Mijn aanwezigheid is voor hem net zo
vanzelfsprekend als de ongenaakbare zon die opkomt. Het wordt me te veel. Ik
vraag hem dus om de kussens in de voortuin te leggen.
‘Waarom moet ik dat doen als je toch weggaat?’
Had hij dan niet gezien hoe hard ik al liep te hollen?
‘Omdat het pas kwart voor acht is,’ zeg ik. Mijn irritatie
onderdruk ik niet.
‘Ja? En?’
‘Ik ga pas kwart voor tien weg. Er ligt een verhaal
uitgeprint op de tuintafel. Dat wil ik nog lezen. Buiten!’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Oké. Ik vroeg het alleen maar
om het te begrijpen.’
‘Dit verzin ik toch niet om jou bezig te houden? Ik ben toch niet van de werkverschaffing.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten