09 augustus 2026

De werkverschaffer

Tropische dag vandaag. En ik wil nog een verhaal inzenden. Deadline. Eerst maar de koelte van het ochtendgloren binnenlaten om de hitte straks buiten te sluiten. Terwijl ik daarmee bezig ben, is mannetje al opgestaan. Veel te vroeg voor zijn doen. Hij doet lekker zijn ding, maar ik sta om zes uur al in de achtertuin om de warme – zeer warme – dag voor te zijn. Planten voeden, uitgebloeide bloemetjes afknippen, liefst het hele steeltje. Ik zie liever geen steeltjes als tandenstokers uit de bloempot steken. Blaadjes uit de vijver scheppen, pompje op het droge, pompje schoonspuiten, pompje het water weer in en bijvullen. Stroom erop. Hoera, die spuit weer lekker.

De achtertuin verder sproeien; ik mag het nog wel, de boeren niet meer. Droogte in het hele land. Een subtropisch klimaat in Nederland, met een paar herfst- en wintermaanden waarin we ons herinneren wat hier ooit normaal was. Vliegtuigen brommen in de lucht. Daar gaan de vakantiegangers die aan de Middellandse Zee denken te vinden wat we hier allang hebben. Straks, daar: drukke stranden, een duik in een warme – veel te warme – zee. Geen verkoeling.

Tussendoor controleer ik de voortuin. Wat valt daar nog te doen wat niet tot morgen kan wachten? Eiwitten eten, schiet me te binnen, want ik moet mijn antibioticacapsule slikken. Lastig, twee stuks op een dag, het liefst precies om de twaalf uur. Om zeven uur slik ik de pil. Eindelijk weer verder met de voortuin.

Mannetje staat parmantig in de keuken zijn tweede koffie te zetten. Hij kijkt niet op of om. Mijn aanwezigheid is voor hem net zo vanzelfsprekend als de ongenaakbare zon die opkomt. Het wordt me te veel. Ik vraag hem dus om de kussens in de voortuin te leggen.

‘Waarom moet ik dat doen als je toch weggaat?’

Had hij dan niet gezien hoe hard ik al liep te hollen?

‘Omdat het pas kwart voor acht is,’ zeg ik. Mijn irritatie onderdruk ik niet.

‘Ja? En?’

‘Ik ga pas kwart voor tien weg. Er ligt een verhaal uitgeprint op de tuintafel. Dat wil ik nog lezen. Buiten!’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Oké. Ik vroeg het alleen maar om het te begrijpen.’

‘Dit verzin ik toch niet om jou bezig te houden? Ik ben toch niet van de werkverschaffing.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Drie woordjes

Paars. Tulpen. Chocola. Tegen vier uur ’s middags, het tijdstip waarop ik langzaam naar de nacht toewerk, staat Hanna voor mijn deur met e...