28 juni 2026

Haar lach blijft online

Ooit was ze mijn beste vriendin. Maar beetje bij beetje wilde ze steeds nadrukkelijker van mij horen hoe geweldig ze was. Ze zocht bevestiging. Geruststelling. Te pas en te onpas corrigeerde ze mij. Is het nou een Indisch of Indonesisch recept? Daarna een zenuwslopend lesje over het verschil. Alsof het daarom ging. Zij had Indonesische roots. Ik bezocht Duitse scholen in Spanje en Duitsland. De geschiedenislessen gingen bij mij alleen over de Tweede Wereldoorlog.

Ooit zei ik tegen haar dat zolang ze zinnige dingen zei tussen al die venijnige opmerkingen ik met haar bevriend zou blijven. Ze moest lachen. Het was geen grap. Het was een waarschuwing.

Op onze laatste afspraak bij mij vertelde ze alleen over zichzelf. Tussendoor gaf ze mij ongevraagde adviezen, waaronder het dringende advies om van mijn man te gaan scheiden. Het was genoeg geweest. Per mail liet ik haar weten dat ik niet meer wilde afspreken. ‘Oké, als je weer wilt afspreken hoor ik het wel.’ Elke keer als ik haar miste, las ik mijn laatste mail aan haar. Het hielp om niet in de valkuil van nostalgie te vallen.

Vijf jaar later hoorde ik per toeval dat ze aan kanker was overleden.

Wat als ik geweten had dat ze doodziek was?
Misschien was ik uit schuldgevoel gegaan.
Misschien uit sociale plicht.

Haar stralende lach. Nog steeds op sociale media.

14 juni 2026

Meneer Ruud

In de wachtruimte van de fysiotherapie. Het speelgoed op het peutertafeltje netjes opgestapeld. De receptie onbezet. Zaterdag na het sporten.

Vier vrouwen van middelbare leeftijd. Allemaal de menopauze allang voorbij. Vergeten het boodschappenlijstje met maandverband en tampons erop. Vergeten de klodders gestold bloed in tinten bruin, donkerrood en paars. Maar de echte klachten waren niet vergeten. Het nachtelijke zweten. Het doorlekken op het werk of in bed. De opvliegers die uit het niets kwamen. Het korte lontje voor iedereen die iets wilde. Vooral met rust gelaten worden – ondergaan wat blijkbaar bij vrouw-zijn hoorde.

We moesten door.
Dus gingen we door.

Alles kwam boven. Alles werd gedeeld. Overgangsklachten. We voelden ons verbonden door een gemeenschappelijk lot.

Tot Ruud hijgend met zijn blauwe kruk moeizaam naar ons toe stiefelde. De schoolmeester uit de jaren vijftig, dacht ik.

‘Menopauzeklachten komen door een slechte nachtrust. De rest is onzin.’

Ik dacht terug aan mijn eigen overgang. Weinig klachten. En van slaapgebrek was al helemaal geen sprake. Behalve die keren dat ik van plakkerige dijbenen wakker werd. Terwijl ik daar nog over nadacht, gingen de andere vrouwen met Ruud in gesprek. Tot mijn verbazing luisterden ze aandachtig naar hem.

Ik pakte mijn spullen en liep weg.
Niemand die het in de gaten had.

Drie woordjes

Paars. Tulpen. Chocola. Tegen vier uur ’s middags, het tijdstip waarop ik langzaam naar de nacht toewerk, staat Hanna voor mijn deur met e...