‘Kindje toch, waarom zou je kinderen willen?’ zei Miriam.
Susanne keek haar moeder geschrokken aan. Dit had ze niet
van haar vooruitstrevende moeder verwacht.
Ze wist drommels goed dat haar moeder het niet makkelijk had
met een drukke baan en een kind om op te voeden. Op te voeden? Nou ja, eerder
liet ze Susanne aan haar lot over. Vrijheid noemde Miriam dat. Goed voor de
zelfstandigheid.
‘Iedereen begint eraan, mam,’ zei Susanne. ‘Laura, Meike,
Chantal... We zitten allemaal in dezelfde fase. Het hoort er nu eenmaal bij.
Het is een verrijking.’
Miriam schudde haar hoofd. ‘Vriendinnen, San? Denk je echt
dat die blijven? Zodra de luiers beginnen, gaat ieder haar eigen gang. Dan ben
je ze kwijt. Ik wilde vroeger ook verder leren, Susanne. Mijn hele toekomst lag
open. En toen ontmoette ik je vader. Hij zwoer dat hij er altijd voor me zou
zijn. Tot mijn buik te dik werd voor seks. Toen ging hij er vandoor met mijn
beste vriendin. Zo veel zijn vriendinnen dus waard.’
Susanne hield haar adem in. Het was de eerste keer dat haar
moeder hier iets over vertelde.
‘Ik heb kromgelegen voor jou, Susanne,’ ging Miriam verder. ‘Ik
heb me uit de naden moeten werken om directiesecretaresse te kunnen worden. Maar
die managementfunctie? Die kon ik vergeten. Omdat ik alleenstaand was. Omdat ik
niet flexibel kon reizen. Omdat ik elke middag om vijf uur moest stressen om
een kind van de opvang te halen. Mannen met exact dezelfde papieren liepen me
aan alle kanten voorbij. Alleen maar omdat ik de zorg voor jou had.’
Susanne keek naar haar moeder. Voor het eerst zag ze haar
als jonge vrouw. Met kind. Alleenstaand.
Miriam merkte de verandering in Susannes blik. Ze leunde
achterover.
‘Wilde Chantal niet dierenarts worden?’ vroeg Miriam. ‘Moest
ze die wens niet laten varen omdat ze in verwachting raakte? En is ze nu zo
gelukkig met haar kindje? Ja, natuurlijk, de oxytocine giert door je lijf als
je een kindje hebt. Helemaal voor jezelf, in de wolken voel je je. Maar op een
gegeven ogenblik komt het moment dat je terugkijkt en ziet dat alles voorbij
is. Dat er niks meer kan worden van wat je gedroomd hebt.’
Het werd stil in de kamer. Susanne keek naar haar roze
gelnagels.
Plotseling rechtte ze haar rug. Haar bedelarmband rinkelde.
‘Ik snap het, mam,’ zei ze zacht. ‘Ik ga die fout niet
maken.’
Miriam glimlachte. Ze pakte haar glas en proostte op de
toekomst van haar dochter.