20 september 2026

De analfabete

Ik sla De analfabete dicht. Teleurgesteld. Hoezo die titel? De analfabete heb ik gemist. Ik sla het boek weer open en blader terug. Ik zoek de analfabete.

Na De tweelingentrilogie wilde ik weten hoe dat voelde: kunnen lezen in je moedertaal en analfabeet worden zodra je de grens passeert. Hoe leef je als belezen vrouw in een land waarvan je de taal wel spreekt, maar niet kunt lezen? Wat kom je tegen? Wat gebeurt er met je? Waarom wil je in het Frans schrijven en niet in je moedertaal? Wilde Ágota Kristóf erbij horen? Iets bewijzen? Of was het iets anders?

Ik kwam als elfjarig meisje in Spanje terecht. Op de Duitse school moest ik tegelijkertijd Duits en Spaans leren. Een jaar later kwam Engels erbij. Vooral het vak Deutsch was zwaar. Ga er maar aanstaan: als buitenlands kind samenvattingen schrijven van auteurs die al jaren dood waren.

Een keer vroeg ik mijn stiefvader wat de huiswerkopdracht betekende. Hij had op de middelbare school Duits gehad. Zijn Duits was uitstekend. Ik maakte de opdracht zoals hij dacht dat die bedoeld was. Na het voorlezen zei de leraar dat dit niet de opdracht was. Volgens hem wist ik dat écht wel. Ik zei niets. Vooral geen rechtvaardiging bij deze man. Ik kreeg strafwerk.

Ondertussen las ik de boeken uit onze thuisbibliotheek. Analfabeet? Beslist niet.

Kristóf vlucht in haar boek uit Hongarije naar Zwitserland. Ze werkt in een horlogefabriek, kookt ’s avonds en verzorgt haar kinderen. Waar haar man ondertussen is, blijft onduidelijk. Ze mist haar familie, haar taal, haar cultuur. Het is allemaal treurig. Het verschil tussen Hongarije en het pünktliche Zwitserland zal niet hebben geholpen.

Over ontworteling weet ik genoeg. Ik werd als elfjarige plotseling uit Amsterdam-Osdorp weggetrokken zonder afscheid te mogen nemen van mijn vriendjes en vriendinnetjes. Van mijn moeder mocht ik niet eens mijn oma gedag zeggen. Ik moest in de gang wachten.

Ontworteld was ik. Analfabeet niet. Hoe kon een belezen vrouw dat wel ervaren?

Pas aan het einde zegt Kristóf dat ze zich analfabeet voelt. Een leraar vraagt waarom ze bij de beginnerscursus Frans is ingedeeld terwijl ze vloeiend Frans spreekt. Ze vindt zichzelf een analfabete omdat ze in die taal niet kan lezen, laat staan schrijven. Dat was het dan. Een simpel antwoord. Nietszeggend.

De recensenten op de achterflap van De analfabete komen superlatieven tekort. Ik kom woorden tekort, maar om een andere reden. Een autobiografisch verhaal vol verlies blijft over. Geen onderzoek naar de vrouw die haar moedertaal verloor en zich in een vreemde taal opnieuw tot schrijver wilde maken. Geen afweging van de vraag waarom ze niet in het Hongaars schreef en haar werk liet vertalen.

Wie maakte er in godsnaam De analfabete van? 

06 september 2026

Drie woordjes

Paars. Tulpen. Chocola.

Tegen vier uur ’s middags, het tijdstip waarop ik langzaam naar de nacht toewerk, staat Hanna voor mijn deur met een grote bos tulpen. Haar tengere lijf verschuilt zich achter haar geschenk voor mij. Alleen haar stralende lach piept erlangs.

Hanna zegt wat gezegd moet worden. Zonder doekjes. Zonder schroom. Daarna zoeken we naar begrip voor anderen. Soms zijn dat onze eigen echtgenoten.

Een ander zou er geen chocola van maken.

Voor haar heb ik chocoladebrokjes naar eigen smaak gemaakt. De cranberrythee verwarmt. De wortelcake en chocolade eten we langzaam op.

Hanna draagt paars. De paarse tulpen hangen eerst over de rand van de grote vaas. De volgende dag staan ze fier rechtop.

Laatst zat ik bij Hanna thuis om zeven uur ’s avonds al te knikkebollen. Bij zonsondergang komt zij juist tot leven. Niet veel later ging ik naar huis om te slapen.

Onze chronobiologie loopt asynchroon.

Wij niet.

Als de liefde over is…

Verknocht raakte ik aan Anja. Elke week dacht ik haar te moeten zien. Me door haar te laten aanraken. Haar strelingen met zachte druk te erv...