Ik sla De analfabete dicht. Teleurgesteld. Hoezo die titel? De analfabete heb ik gemist. Ik sla het boek weer open en blader terug. Ik zoek de analfabete.
Na De tweelingentrilogie wilde ik weten hoe dat
voelde: kunnen lezen in je moedertaal en analfabeet worden zodra je de grens
passeert. Hoe leef je als belezen vrouw in een land waarvan je de taal wel
spreekt, maar niet kunt lezen? Wat kom je tegen? Wat gebeurt er met je? Waarom
wil je in het Frans schrijven en niet in je moedertaal? Wilde Ágota Kristóf
erbij horen? Iets bewijzen? Of was het iets anders?
Ik kwam als elfjarig meisje in Spanje terecht. Op de Duitse
school moest ik tegelijkertijd Duits en Spaans leren. Een jaar later kwam
Engels erbij. Vooral het vak Deutsch was zwaar. Ga er maar aanstaan: als
buitenlands kind samenvattingen schrijven van auteurs die al jaren dood waren.
Een keer vroeg ik mijn stiefvader wat de huiswerkopdracht
betekende. Hij had op de middelbare school Duits gehad. Zijn Duits was
uitstekend. Ik maakte de opdracht zoals hij dacht dat die bedoeld was. Na het
voorlezen zei de leraar dat dit niet de opdracht was. Volgens hem wist ik dat écht
wel. Ik zei niets. Vooral geen rechtvaardiging bij deze man. Ik kreeg
strafwerk.
Ondertussen las ik de boeken uit onze thuisbibliotheek. Analfabeet?
Beslist niet.
Kristóf vlucht in haar boek uit Hongarije naar Zwitserland.
Ze werkt in een horlogefabriek, kookt ’s avonds en verzorgt haar kinderen. Waar
haar man ondertussen is, blijft onduidelijk. Ze mist haar familie, haar taal,
haar cultuur. Het is allemaal treurig. Het verschil tussen Hongarije en het pünktliche
Zwitserland zal niet hebben geholpen.
Over ontworteling weet ik genoeg. Ik werd als elfjarige
plotseling uit Amsterdam-Osdorp weggetrokken zonder afscheid te mogen nemen van
mijn vriendjes en vriendinnetjes. Van mijn moeder mocht ik niet eens mijn oma
gedag zeggen. Ik moest in de gang wachten.
Ontworteld was ik. Analfabeet niet. Hoe kon een belezen
vrouw dat wel ervaren?
Pas aan het einde zegt Kristóf dat ze zich analfabeet voelt.
Een leraar vraagt waarom ze bij de beginnerscursus Frans is ingedeeld terwijl
ze vloeiend Frans spreekt. Ze vindt zichzelf een analfabete omdat ze in die
taal niet kan lezen, laat staan schrijven. Dat was het dan. Een simpel
antwoord. Nietszeggend.
De recensenten op de achterflap van De analfabete
komen superlatieven tekort. Ik kom woorden tekort, maar om een andere reden.
Een autobiografisch verhaal vol verlies blijft over. Geen onderzoek naar de
vrouw die haar moedertaal verloor en zich in een vreemde taal opnieuw tot
schrijver wilde maken. Geen afweging van de vraag waarom ze niet in het
Hongaars schreef en haar werk liet vertalen.
Wie maakte er in godsnaam De analfabete van?