Ooit was ze mijn beste vriendin. Maar beetje bij beetje
wilde ze steeds nadrukkelijker van mij horen hoe geweldig ze was. Ze zocht
bevestiging. Geruststelling. Te pas en te onpas corrigeerde ze mij. Is het nou
een Indisch of Indonesisch recept? Daarna een zenuwslopend lesje over het verschil.
Alsof het daarom ging. Zij had Indonesische roots. Ik bezocht Duitse scholen in
Spanje en Duitsland. De
geschiedenislessen gingen bij mij alleen over de Tweede Wereldoorlog.
Ooit zei ik tegen haar dat zolang ze zinnige dingen zei
tussen al die venijnige opmerkingen ik met haar bevriend zou blijven. Ze moest lachen.
Het was geen grap. Het was een waarschuwing.
Op onze laatste afspraak bij mij vertelde ze alleen over
zichzelf. Tussendoor gaf ze mij ongevraagde adviezen, waaronder het dringende
advies om van mijn man te gaan scheiden. Het was genoeg geweest. Per mail liet
ik haar weten dat ik niet meer wilde afspreken. ‘Oké, als je weer wilt
afspreken hoor ik het wel.’ Elke keer als ik haar miste, las ik mijn laatste
mail aan haar. Het hielp om niet in de valkuil van nostalgie te vallen.
Vijf jaar later hoorde ik per toeval dat ze aan kanker was
overleden.
Wat als ik geweten had dat ze doodziek was?
Misschien was ik uit schuldgevoel gegaan.
Misschien uit sociale plicht.
Haar stralende lach. Nog steeds op sociale media.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten