In de wachtruimte van de fysiotherapie. Het speelgoed op het peutertafeltje netjes opgestapeld. De receptie onbezet. Zaterdag na het sporten.
Vier vrouwen van middelbare leeftijd. Allemaal de menopauze
allang voorbij. Vergeten het boodschappenlijstje met maandverband en tampons
erop. Vergeten de klodders gestold bloed in tinten bruin, donkerrood en paars.
Maar de echte klachten waren niet vergeten. Het nachtelijke zweten. Het
doorlekken op het werk of in bed. De opvliegers die uit het niets kwamen. Het
korte lontje voor iedereen die iets wilde. Vooral met rust gelaten worden –
ondergaan wat blijkbaar bij vrouw-zijn hoorde.
We moesten door.
Dus gingen we door.
Alles kwam boven. Alles werd gedeeld. Overgangsklachten. We
voelden ons verbonden door een gemeenschappelijk lot.
Tot Ruud hijgend met zijn blauwe kruk moeizaam naar ons toe stiefelde.
De schoolmeester uit de jaren vijftig, dacht ik.
‘Menopauzeklachten komen door een slechte nachtrust. De rest
is onzin.’
Ik dacht terug aan mijn eigen overgang. Weinig klachten. En
van slaapgebrek was al helemaal geen sprake. Behalve die keren dat ik
van plakkerige dijbenen wakker werd. Terwijl ik daar nog over nadacht, gingen
de andere vrouwen met Ruud in gesprek. Tot mijn verbazing luisterden ze aandachtig naar
hem.
Ik pakte mijn spullen en liep weg.
Niemand die het in de gaten had.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten