Ben ik ’s ochtends tijdens mijn gouden uren rucola aan het uitdunnen. Liever schrijf ik. Maar jij wilt elke avond rucola op je brood. Dus kweek ik die in onze moestuinbak. Voor mezelf hoeft het niet.
‘Ik heb de plantjes uitgedund.’
‘Fijn.’
‘Kijk, een zakje voor vier dagen.’
‘Lekker.’
‘Het was veel werk, hóór,’ zeg ik in een laatste poging iets
van erkenning los te peuteren.
‘Zullen we het de volgende keer samen doen?’
‘Liever doe ik het alleen.’
‘Oké.’
Daarna vertelt hij half afwezig dat hij later terug zal zijn
van sporten. Eerst nog boodschappen doen. Gedemineraliseerd water halen om de
zonnepanelen schoon te spuiten. Pollen. Extra opbrengst. Zijn hobby.
‘Wat zie je er leuk uit, Eveline.’
Niet voor jou gedaan.
‘Lekker, die aardbeien.’
Eindelijk zelf schoongemaakt, omdat jij daar nooit aan toekomt.
‘Wat ben je narrig.’
‘Hm…’
‘Is er iets?’
‘Ja, er is iets. Ik ben het zat dat ik van alles voor jou
doe en jij denkt dat ‘lekker’ of ‘wat zie je er leuk uit’ genoeg is.’
‘Heb ik iets verkeerd gedaan?’
‘Ja. Ik ben moe van altijd maar zorgen en vervolgens
afgescheept worden met dat oppervlakkige gedoe.’
En toen was er ruzie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten