Met een knal doet ze haar laptop dicht.
Lange blonde gekrulde haren vallen over haar gezicht.
Weer geen mail of appje ontvangen.
Ingrid Boomsma denkt terug aan de gelukkige tijd dat ze
mocht zorgen, organiseren, regelen. Ze werd gezien en gewaardeerd. Veel
complimentjes over hoe ze eruitzag. Een sportief slank figuurtje: mantelpakjes stonden
haar prachtig.
Op elke afspraak was ze keurig op tijd. Meestal tien minuten
te vroeg zodat ze nog even de tijd had om haar make-up bij te werken. Dan ging
ze naar een tafeltje toe, pakte haar laptop uit haar rolkoffertje, bestelde een
café latte en ging druk typen alsof ze er al de hele dag gezeten had. Keurig
recht op de stoel, haar benen nooit over elkaar geslagen – dat mocht niet van
haar vader, die arts was. Slecht voor de doorbloeding, slecht voor de
gewrichten.
Kwam de klant binnen dan was altijd duidelijk bij wie hij
moest zijn. Ingrid had een
aantrekkingskracht die niet te benoemen was, het ondefinieerbare van een
uitermate keurig meisje met een mysterieuze, verscholen onbereikbaarheid.
Marketing- en promotie. Daar was ze voor ingezet. Zoals
altijd gebeurde dat buiten kantoor. Besprekingen moest ze voeren ergens in het
land, het liefst aan de snelweg. De klanten konden dan makkelijk parkeren en
hoefden de stad niet in, waar de tarieven schrijnend hoog waren.
Ze had die dag meneer Johansson, een Zweed.
Een man met Hugo Boss-pak en een aftershave van hetzelfde merk. Helemaal Hugo
Boss. Vreemd dat die man niet Hugo heette, maar Björn. Björn Johansson: wat een
naam.
Hij stevende af op haar tafeltje, wilde zich voorstellen,
maar was even de kluts kwijt. Het was of hij haar gelijke was, in uiterlijk en
verschijning. Haperend stelde hij zich voor.
De klik was er.
Maar niet zakelijk.
Van alles werd besproken, slechts het persoonlijke, intiem
en privé.
Ze pakten een hotelkamer.
De klant zou mailen over het zakelijke.
Ingrid wachtte met de rapportage.
Na enkele dagen wist ze het: van die Zweed zou ze niets meer
horen.
Ze biechtte het gebeurde bij haar baas op.
Not amused.
Ze vertelde het tijdens haar beoordelingsgesprek.
Zakelijk, in de juiste volgorde, zonder details.
Haar baas luisterde met gevouwen handen.
Hij stelde geen vragen.
Hij keek haar alleen indringend aan.
De Zweed was een belangrijke klant geweest.
‘Was’, zei hij.
Met de Noorderzon vertrokken.
Hij bladerde door haar dossier.
Niet lang.
Hij wist wat erin stond.
‘We hebben je aangenomen omdat je een leuk typetje bent,’
zei hij.
‘En dat ben je ook. Dat is perfect voor deze job.’
Hij tikte met zijn Montblanc StarWalker op het bureau.
‘Maar het is niet de bedoeling dat een klant wegloopt.’
Als er alsnog een deal zou komen, mocht ze blijven.
Ingrid knikte. Tranen glinsterden op haar mascara.
De Zweed mailde niet. De rapportage bleef liggen.
Na een paar weken werd haar agenda leger.
De afspraken langs de snelweg verdwenen.
Andere typetjes kwamen.
Op een ochtend klapte Ingrid haar laptop dicht en bleef zwijgend
zitten. Ze dacht aan hoe zorgvuldig alles altijd was geweest: de kleding, de
houding, het wachten.
Ze had gedaan wat er van haar verwacht werd.
Bijna altijd.
Op één keer na.
Voor hen werd dat het enige dat telde.
Buiten denderde het verkeer door.
Bestuurders en bijrijders: iedereen met een doel.
Ingrid stond op, pakte haar tas en liet de laptop achter.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten